Beeld van de week: Anneleen Lenaerts
22 mei 2012
Eerste driejaarlijkse Limburgse Cultuurprijs is voor Anneleen Lenaerts
Via de Cultuurprijs honoreert de provincie Limburg het werk van een persoon of organisatie die is uitgegroeid tot ambassadeur van de provincie of voor een verrijking van het Limburgs cultureel aanbod heeft gezorgd. De provincie Limburg zet sterk in op creatief talent. Talentvolle professionele kunstenaars moeten kansen en stimulansen krijgen om hun talent verder te ontwikkelen. Maar ook Limburgers die in hun vrije tijd een culturele discipline beoefenen, moeten kansen krijgen om hun talenten verder te ontwikkelen, bijvoorbeeld bij harmonies, lokale kunstkringen of toneelverenigingen. De laureaat van de Limburgse Cultuurprijs krijgt prijzengeld (6.200 euro) overhandigd, en kan tegelijkertijd ook genieten van de media-aandacht en erkenning door een ruimer publiek.
Het provinciebestuur ontving 48 kandidaturen voor deze eerste editie van de Cultuurprijs. De Limburgse Cultuurprijs wordt uitgereikt aan een persoon, organisatie, project of initiatief die/dat zich de voorbije 3 jaar op één of andere wijze verdienstelijk heeft gemaakt op cultureel vlak en een blijvende indruk heeft nagelaten binnen een bepaalde culturele discipline. De selectie gebeurde begin mei door een vakjury bestaande uit vertegenwoordigers van de Limburgse Raad voor Cultuurbeleid en externe experts uit de media en diverse cultuurdisciplines. De belangrijkste criteria bij deze beoordeling waren onder andere het ambassadeursschap op Limburgs, nationaal en internationaal vlak en het groeipotentieel van de kandidaten. Het resultaat van de jurybespreking is een rangorde met aan het hoofd de drie genomineerden, waaronder de uiteindelijke winnaar.
De jury was vol lof over de 3 genomineerden voor de cultuurprijs 2012: Michaël Roskam, Raf Simons en Anneleen Lenaerts. De jury was unaniem in haar keuze voor de uiteindelijke laureaat: Anneleen Lenaerts. Anneleen is nog maar 25 jaar en kan al een enorm palmares voorleggen. Door haar uitzonderlijk talent en enorme werkkracht reeg ze de prijzen aan elkaar en werd ze geselecteerd als soloharpiste bij de Wiener Philharmoniker. Haar palmares maakt haar een ambassadeur voor onze provincie. Haar indrukwekkend palmares, haar bescheidenheid en haar scholing zijn een inspiratie voor ieder die met muziek begaan is.
Het uitreikingsmoment van de cultuurprijs van de provincie Limburg zette niet alleen de genomineerden en de laureaat in de kijker, maar was ook een belangrijk ontmoetings- en ontdekkingsmoment van én voor actoren uit de hele (socio-)culturele sector. De meer dan 200 aanwezigen genoten van een divers programma met filmpjes over de genomineerden en muzikale intermezzo’s door Michel Bisceglia Trio.
Het beeld van de week toont het filmpje over Anneleen Lenaerts. Voor de filmpjes over Raf Simons en Michaël Roskam zie:
Raf Simons: https://vimeo.com/42616533 (door Sofie Sourdeau)
Michaël Roskam: https://vimeo.com/42613077 (door Indigomedia)
Vernieuwd Mijnmuseum in Dag Limburg
5 mei 2012
Het Mijnmuseum op de mijnsite in Beringen (Be-Mine) onderging de voorbije maanden een heuse facelift en pakt vanaf 28 april uit met een volledig nieuwe museumpresentatie . Op een interactieve manier wordt de geschiedenis van de Limburgse steenkoolmijnen weer tot leven gebracht.
De steenkoolmijnen spelen een belangrijke rol in de geschiedenis van Limburg. De erfenis van 100 jaar steenkoolontginning is vandaag nog duidelijk zichtbaar. De terrils en de schachtbokken als blikvangers, maar ook de mijncités, kerken, klinieken, sportaccommodaties en scholen zijn getuige van de enorme impact van de steenkoolindustrie op ons dagelijkse leven. De ontwikkeling van het Limburgse ‘Masterplan voor de Mijnstreek’, dat een richtinggevende handleiding is voor de verdere ontwikkeling en ontsluiting van de Mijnstreek, biedt een kader voor het beleid en acties aangaande mijnerfgoed in de toekomst. Het vernieuwde Mijnmuseum kadert in de aanbevelingen die in dit Masterplan werden geformuleerd.
In Beringen is het mijnverleden nog steeds sterk aanwezig: de vroegere mijnzetel is haast volledig bewaard gebleven en vormt een pareltje van industriële archeologie. De omliggende tuinwijken hebben voor een groot deel hun charme en eigenheid bewaard en de vroegere terrils zijn omgetoverd tot wandelgebied. De site in Beringen is één van de grootste en best bewaarde historische (mijn)sites in Europa en ontving daarvoor als enige in Vlaanderen de titel van ‘European Heritage’. Het museum vormt enerzijds een belangrijke attractiepool om deze site weer levendig te maken. Anderzijds moet het Mijnmuseum de erfgoedwaarde van dit enorme gebouwencomplex alsook de gehele wijk duiden en verklaren, een erfgoedwaarde die dikwijls onvoldoende naar waarde wordt geschat. Het nieuwe Mijnmuseum is een schitterend voorbeeld van hoe we het verleden (‘onze roots’) op een positieve manier kunnen duiden en verwerken.
Het Mijnmuseum is sinds 1986 gevestigd op de mijnsite van Beringen. Dankzij de enorme inzet van de Vrienden van het Mijnstreekmuseum, onder voorzitterschap van Hans Hofer, kon de bezoeker kennismaken met het leven in en rond de mijnen. De verouderde museale presentatie was echter niet langer attractief en duurzaam genoeg. In afwachting van een groter museaal project dat de provincie in Beringen in de loop van de volgende jaren zal ontwikkelen, beslisten de Provincie en de Stad om een totaalbedrag van 300.000 euro te investeren om de renovatie van het huidige Mijnmuseum mogelijk te maken. Ook de huisstijl, het logo en de website werden vernieuwd. Het museum richt zich op de geschiedenis van de steenkoolindustrie in Limburg, dus niet enkel van Beringen. Aangezien de oppervlakte van het museum beperkt is, was het niet de bedoeling om volledigheid na te streven. Vooreerst wil het museum compatibel zijn met andere arrangementen rond mijnerfgoed binnen Beringen: het arrangement ‘mijnwerkerspad’ en het kinderarrangement blijven bestaan, de zalen rond het leven in de cité vormen een ideale aanleiding voor bezoekers om zelf de cité in levende lijve te gaan ontdekken. En het bezoek aan de ondergrondsimulatie blijft een essentieel onderdeel in het museumbezoek. Het museum beoogt ook een soort doorverwijsfunctie naar andere initiatieven in de mijnstreek: het Museum van de Mijnwerkerswoning in Eisden, C-Mine of de vzw Mijn-Verleden in Genk, het nieuwe bezoekerscentrum in Houthalen, etc.
Voor de aanstelling van een architectenbureau voor de renovatie organiseerde het Mijnmuseum op aanwijzing van de provincie een beperkte wedstrijd. Het meest vernieuwende project kwam van Buro B uit Genk die de opdracht kreeg een nieuwe museumpresentatie te ontwerpen. Het zou een museum worden dat méér vertelt dan het verhaal van de ondergrond. ‘De mijnen’ zijn immers veel meer dan wat er zich onder de grond afspeelde. De sociale impact van de mijnindustrie wilden de architecten uitlichten op een beklijvende manier. De inkomhal en centrale gang zijn geïnspireerd door het ondergrondse gangenstelsel, waarin lichte en donkere zones mekaar afwisselen en waar de bezoeker oog in oog staat met de mijnwerkers. Vanuit de gang loopt men de 9 afzonderlijke kamers binnen die ieder een volledig eigen onderwerp belichten en waarin een historische tijdlijn verweven zit.
In vergelijking met de vorige museumpresentatie zijn er een aantal essentiële zaken veranderd. Ten eerste is de locatie van het Mijnmuseum veranderd. Het vorige museum was op het gelijkvloers. Het vernieuwde museum is naar de eerste verdieping verhuisd omdat de ruimtes op de eerste verdieping meer uitstraling hebben. Je komt binnen in een statige inkomhal, de ruimtes zelf zijn mooier en hebben meer natuurlijke lichtinval. Vanuit de eerste verdieping kan er ook een betere link met de omgeving gelegd worden. Een tweede aanpassing is op inhoudelijk vlak. In het vorige museum kwam een aantal onderwerpen niet aan bod. Bijvoorbeeld het sociale leven ontbrak haast volledig en het museumverhaal stopte in de jaren ‘70. Bovendien was het museum iets te technisch gericht: de onderwerpen geologie en mijnbouwkunde kregen verhoudingsgewijs te veel plaats toegekend. De aandachtspunten werden bij de renovatie iets verlegd. Het vernieuwde Mijnmuseum gaat meer in op het menselijke aspect, met aandacht voor alles wat zich rond die mijn afspeelde. De lijn wordt ook doorgetrokken naar vandaag: hoe ziet de mijnstreek er vandaag uit? Wat zijn de plannen van Be-Mine?
Tijdens de zomer vindt op de mijnsite van Beringen het kunstproject ‘RE:Converse’ plaats, dat georganiseerd wordt door het Limburgse platform Kunst in Limburg, in samenwerking met de stad Beringen. ‘RE:Converse’ is een belangrijk en veelbelovend parallel event van Manifesta 9. Manifesta is de Europese reizende biënnale voor hedendaagse kunst die dit jaar het Limburgse mijnverleden als thema koos. Manifesta zal niet alleen hedendaagse kunst tonen maar omvat ook een belangrijk erfgoedluik, waaraan ook het Mijnmuseum zal deelnemen. Het project ‘RE:Converse’ omvat een drieluik dat zal plaatsvinden tussen begin juni en midden november. Het eerste luik, dat zal plaatsvinden in de indrukwekkende elektriciteitscentrale, concentreert zich rond fotografie. De jonge, talentvolle fotografen Kristof Vrancken en Liesje Reyskens zijn de curatoren van de tentoonstelling. Zij maakten een selectie van nooit geziene oude foto’s over het mijnverleden, maakten nieuw, eigen werk rond het mijnthema en brengen ook werk van andere kunstenaars. In zaal 9, de expozaal, van het vernieuwde Mijnmuseum kan je alvast de sfeer gaan opsnuiven en recente foto’s van de mijnsite van Beringen gaan bezichtigen van Kristof Vrancken. Hij maakte, in samenwerking met de Cel Mijnerfgoed en de Erfgoedcel, dit werk in het kader van het erfgoedluik van Manifesta. De bedoeling is om met deze foto’s de Beringse mijnsite voor eeuwig vast te leggen zoals ze er momenteel uitziet voor de start van de renovatie en ontwikkeling van Be-Mine. In het tweede luik in de Badzaal, dat zal starten begin september, komen de Limburgse academies en kunstkringen aan bod. En in luik 3, dat zal plaatsvinden in het Casino, zullen de verschillende Limburgse culturele platforms toonmomenten van jong, creatief talent organiseren binnen de verschillende disciplines.
Het vernieuwde Mijnmuseum is elke dag – uitgezonderd feestdagen – van 10u tot 16u geopend. Enthousiaste gidsen zijn beschikbaar voor groeps- en schoolbezoeken en voor een rondleiding in de ondergrondsimulatie. Deze dienen altijd gereserveerd te worden via Toerisme Beringen (telefonisch via 011 42 15 52 of per mail naar toerisme@beringen.be). Er is voor elk wat wils: een tocht doorheen het museum individueel, met gezin, klas of vrienden, alsook speciale arrangementen voor groepen en educatieve pakketten voor scholen. U kan het hele aanbod in detail ontdekken op de website: www.mijnmuseum.be.
Beeld van de week: Mijnmuseum
24 april 2012

Foto: © Eddy Daniels
De steenkoolmijnen spelen een belangrijke rol in de geschiedenis van Limburg. In Beringen is het mijnverleden nog steeds sterk aanwezig: de vroegere mijnzetel is haast volledig bewaard gebleven en vormt een pareltje van industriële archeologie. De omliggende tuinwijken hebben voor een groot deel hun charme en eigenheid bewaard en de vroegere terrils zijn omgetoverd tot wandelgebied. De site in Beringen is één van de grootste en best bewaarde historische (mijn)sites in Europa en ontving daarvoor de titel van ‘European Heritage’ als enige in Vlaanderen.
Op het mijnterrein van Beringen is sinds 1986 het Mijnmuseum gevestigd met tal van gevarieerde programma’s voor individuele bezoekers, groepen en scholen. Het Mijnmuseum in Beringen onderging de voorbije maanden een heuse facelift. Het architecten- en interieurdesignbureau Buro B (Genk) zorgde voor de nieuwe, moderne inrichting van het museum. Op een interactieve manier wordt de geschiedenis van de Limburgse steenkoolmijnen weer tot leven gebracht. Je komt er alles te weten over het rijke mijnverleden. Het museum toont niet alleen het verhaal de van mijnindustrie en de ondergrond, maar ook en vooral het verhaal van mensen: migratie, multicultureel samenleven, leven in de cité, sport, stakingen, etc.
Vanaf zaterdag 28 april 2012 is het vernieuwde mijnmuseum open voor het grote publiek. Wil je kennis maken met de nieuwe invulling van de historische parel van Beringen, kom dan zeker tussen 10 uur en 16 uur een kijkje nemen in het vernieuwde Mijnmusem (Mijnsite Beringen, Be-Mine, Koolmijnlaan 201, 3582 Beringen).
Voor meer info: http://mijnmuseum.be/
Beeld van de week: Monty Alexander
15 april 2012
Dit weekend vond in Genk in de oude mijngebouwen van Winterslag het C-Mine Jazz festival plaats. Met de aanstelling van Limburgs muzikaal toptalent Michel Bisceglia beloofde deze editie veel goeds. En deze belofte werd waargemaakt. De Genkenaar Bisceglia slaagde erin topnamen naar Genk te halen zoals de Jamaicaanse pianist Monty Alexander, de Ethiopische orkestleider en vibrafonist Mulatu Astatke, de Braziliaanse Tania Maria en de jonge gospelpop-zangeres Lizz Wright. Er was ook plaats voor verdieping en verfijning in het programma met namen zoals onder meer Daniel Johnston, Phorenis, het Fly Trio en Miroslav Vitous. De avonden werden afgesloten met Mauro en Buscemi. Bisceglia slaagde erin om, vanuit een brede interpretatie van jazz, verbreding en verdieping virtuoos te verbinden en zowel de echte jazzliefhebber als het brede publiek te bekoren. Het was de eerste keer dat ik een jazzfestival bezocht en absoluut voor herhaling vatbaar. De excentrieke cultlegende Daniel Johnston en de Jamaicaanse pianist Monty Alexander, die ooit het podium deelde met Frank Sinatra, blijven mij voor altijd bij. Het beeld van de week toont een fragment uit een live concert van Monty Alexander. Een bijzonder mooie interpretatie van Marley’s ‘No woman, No cry’.
Beeld van de week: ‘I miss you’ van Randy Newman
3 maart 2012
Het beeld van de week toont een live versie van het prachtige ‘I miss you’ van Amerikaans singer-songwriter Randy Newman tijdens Jazz Open 2006 in Stuttgart. Randy Newman (° 1943) is één van mijn favoriete artiesten. Eén van zijn meest bekende filmsongs is ongetwijfeld ’You’ve got a friend in me’ uit Toy Story en dat was niet de enige filmsong die hij componeerde.Hij ontving niet minder dan 20 Oscarnominaties voor soundtracks en filmsongs voor films zoals onder meer ‘Awakenings’, ‘Toy Story’ (1, 2 en 3), ‘Ragtime’, ‘Cars’. Eén filmsong ’If I didn’t have you’ uit Monsters Inc werd in 2002 verzilverd met een Oscar. Ik ontdekte Randy Newman nog maar een aantal jaren geleden, maar was er meteen weg van. Zijn songs bevatten een ongelooflijke eerlijkheid en emotie. Satire is hem niet vreemd. Heel wat hits van Newman, zoals bijvoorbeeld ‘God’s Song’ en ‘Short People’, bevatten cynische teksten die al heel wat Amerikanen in het verkeerde keelgat geschoten zijn.
Niet zozeer de satire in zijn songs intrigeert mij, dan wel de veelzijdige eenvoud van zijn songs. Expressie, een ruwe stem en een piano, geen show, geen overbodige lichaamsbewegingen, geen overdaad. Het doet ons denken aan Ray Charles, wat niet verwonderlijk is gegeven Randy’s enorme bewondering voor deze Amerikaanse (blues) muzikant. De ontroerende eenvoud raakt mij vooral in zijn eerlijke, ontroerende love songs zoals ‘I miss you’. Deze song is een prachtig eerbetoon aan zijn ex-vrouw dat niemand onberoerd laat. Het gevoel van iemand die we liefhebben te missen, een gevoel dat triest maar tegelijkertijd ook mooi kan zijn, kent ieder van ons wel.
Randy Newman is momenteel bezig met een Europese tournee. Vorige week bezocht hij Brussel en Hasselt. Op donderdag 22 maart kan je hem nog gaan bewonderen in Antwerpen in de Bourla. Mis deze kans zeker niet. Meer informatie over zijn Europese tournee vind je op zijn website: http://randynewman.com/
Beeld van de week: “Liefde van later”
14 februari 2012
Vandaag is het 14 februari en dus Valentijn, het feest van de geliefden. Daar hoort een aangepast beeld van de week bij: ‘Liefde van later’ van Herman Van Veen. ‘Liefde van later’ is een vertaling en zeer geslaagde bewerking van ‘La Chanson des vieux amants’ van Jacques Brel, één van mijn favoriete liefdesnummers. Ik leerde dit lied van Brel kennen in het vijfde jaar humaniora. Onze leraar Frans was enorm gepassioneerd door Frans chanson en deze passie deelde hij graag met zijn leerlingen. Een ideale manier om een taal te leren kennen maar ook en vooral om de schoonheid van de Franse cultuur en het chanson te ontdekken. Sindsdien hebben het Franse lied, Jacques Brel en ‘La chanson des vieux amants’ mij nooit meer losgelaten. Vandaag koos ik voor de uitvoering van Herman Van Veen. Anders dan Brel maar zeker zo mooi en puur, confronterend met de schoonheid maar ook de kwetsbaarheid van de liefde. Of om het met de woorden van Toon Hermans te zeggen: ”Ik weet dat liefde lente is, maar ook een beetje sneeuw.”
Beeld van de week: Coffee with Pina
28 januari 2012
Voor het beeld van de week zocht ik deze keer mijn inspiratie binnen de danswereld. Het beeld toont een fragment uit de documentaire ‘Coffee with Pina’ van Lee Yanor (2006). De Duitse choreografe en danseres Pina Bausch werd in 1940 als Philippine Bausch geboren in Solingen. Het restaurant dat haar ouders runden en waar ze regelmatig hielp, bepaalde mee haar choreografisch werk. De muziek die Pina in het restaurant hoorde, de mensen die ze observeerde, de gesprekken over geluk en verlangen die ze daar opving, vormden belangrijke inspiratiebronnen voor haar werk. Maar ook de confrontatie met de oorlog en vooral de daarmee gepaard gaande angst, gevaar en plotse paniek komen tot uiting in haar choreografie.
Als kind maakte Pina deel uit van het kinderballet van Solingen. Vanaf haar veertiende volgde ze een dansopleiding aan de toonaangevende Folkwang School in Essen bij de gerenommeerde choreograaf Kurt Jooss. De Folkwang-school werd in 1927 door Kurt Jooss en operadirecteur Rudolf-Schulze Dornburg opgericht als interdisciplinair instituut voor muziek, dans en taal. Jooss was een belangrijke verdediger van de voor- en naoorlogse moderne Duitse dans die zich trachtte te bevrijden van de strikte regels van het klassieke ballet. Hij verzoende de vrije geest van de moderne dans met de fundamentele, technische regels van het klassieke ballet en bracht dit over op zijn studenten waaronder de jonge, veelbelovende Bausch. Het interdisciplinaire karakter van de school, waar ze later zelf nog les gaf, en de nabijheid van andere kunsten (waaronder opera, muziek, drama, schilderkunst, fotografie) die daar gedoceerd werden, reflecteerden zich in Pina’s open choreografische geest. Na haar opleiding won ze de Folkwang Leistungspreis waardoor ze een beurs kreeg om een opleiding te volgen aan de Juilliard School of Music in New York, het mekka van de dans waar de klassieke dans heruitgevonden werd. De eerste jaren na haar opleiding maakte ze deel uit van een aantal Amerikaanse gezelschappen waaronder the Metropolitan Opera Ballet Company, die haar liefde voor opera mee voedde, en the New American Ballet. In de VS greep ze elke kans om voorstellingen te bekijken en nieuwe tendensen op vlak van dans op te snuiven die haar later werk enorm gevoed hebben.
Maar al snel keerde ze naar haar geboorteland terug en vervoegde ze als solist het Folkwang-Ballett van Kurt Jooss, waar ze in 1968 haar eerste onafhankelijke choreografie ‘Fragment’ maakte. In 1973 werd ze artistiek directeur van het Wuppertal Ballet die ze al snel een andere naam gaf, met name ‘Tanztheater Wuppertal Pina Bausch’. Met de naamswijziging wilde ze de eigenheid van haar Tanztheater in de verf zetten. Geen klassieke balletroutines, maar een complete vrijheid van expressie(middelen). De eerste dansopera’s die ze creëerde waren de Gluck opera’s Iphigenia in Tautis (1974) en Orpheus and Eurydice (1975). De choreografie voor Igor Stravinsky’s ‘Le Sacré du printemps’ (1975) kan beschouwd worden als een mijlpaal in haar carrière: de emotionele kracht en ongecontroleerde lichamelijkheid werden vanaf dan haar handelsmerk. Een handelsmerk dat in het begin voor heel wat controverse zorgde, maar na verloop van tijd het Tanztheater Wuppertal steeds meer internationale erkenning deed verwerven.
Als ik aan het werk van Pina Bausch denk, denk ik aan een enorme emotionele kracht, lichamelijkheid, poëtische verbeelding, een gigantische expressiviteit, grenzeloosheid en verlies van controle. Maar ik denk ook aan tederheid, schoonheid, liefde, intimiteit, precisie, eerlijkheid en zoals ze dat zo mooi in het Frans zeggen ‘joie de vivre’. Essentiële menselijke emoties zoals angsten, verlangens, behoeften en wensen vormen het startpunt van haar producties waarbij droom en realiteit, dans en theater en moderne dans en klassiek ballet in elkaar verstrengeld zijn. Haar voorstellingen weerspiegelen haar persoon. Als je Pina aan het werk ziet in één van de documentaires die over haar gemaakt zijn, dan weet je wat ik bedoel. Een ongelooflijke sterke en energieke vrouw, maar tegelijkertijd zo fragiel. Tanztheater Wuppertal zorgde voor een internationale choreografische revolutie, voor een renaissance van de Duitse dans. Pina Bausch wordt dan ook beschouwd als één van de meest betekenisgevende choreografen van onze tijd. Pina overleed op 30 juni 2009 in Wuppertal. Ze zal voor altijd in het geheugen van de dansgeschiedenis gegrift staan als één van de belangrijkste choreografen van de 20ste eeuw.
Het Tanztheater Wuppertal Pina Bausch bestaat nog steeds onder artistieke leiding van Dominique Mercy and Robert Sturm. Ga zeker eens een kijkje nemen op hun website: http://www.pina-bausch.de. Maar als je meer wil weten over deze fantastische madam en haar werk, dan is het zeker de moeite om de film ‘Pina’ van Wim Wenders te bekijken. In deze film, waarmee hij genomineerd is voor de Oscars als beste documentairefilm, brengt Wenders hulde aan de revolutionaire Pina Bausch. Een pareltje!
Beeld van de week: When the Thames froze
7 januari 2012
“When the Thames froze” van Smith & Burrows: kan misschien wel worden beschouwd als een kerstlied maar voor mij wel één van de mooiste met een zeer mooie tekst. In dit lied nadert het einde van 2011 en valt er sneeuw. Ondertussen is het al 2012 en kunnen we terugkijken op de eerste week. Zonder sneeuw, maar wel met een regering. Zoals dat met het leven gaat, wisselden mooie en minder mooie momenten elkaar tijdens de eerste dagen van het nieuwe jaar af. Maar we mogen vooral niet vergeten om de mooie momenten te erkennen en te koesteren. De dagen, weken, maanden, jaren vliegen voorbij dus laten we er het beste van maken en er vooral zoveel mogelijk van genieten. Of om het met de woorden van James Dean te zeggen: “Droom alsof je eeuwig zult leven. Leef alsof je vandaag zult sterven.”
Een fragment uit When the Thames froze:
“So tell everyone that there’s hope in your heart
Tell everyone or it will tear you apart
The end of Christmas day, when there’s nothing left to say
The years go by so fast, let’s hope the next beats the last.“
Beeld van de week: ‘Smoorverliefd’ van Doe Maar
19 december 2011
The eighties kunnen zonder twijfel beschouwd worden als de jaren van het postmoderne eclecticisme, de ‘alles kan, alles mag’-periode, zowel op vlak van muziek, televisieseries als mode. Wie herinnert zich de ‘foute’ eighties niet? En wat is er leuker dan met vrienden herinneringen ophalen aan deze tijd? Lifestyle en lichaamscultus stonden centraal en de daaruit voortvloeiende fitness- en aerobicsrage drukte haar stempel op de mode. Van één welbepaalde kleding- of muziekstijl was geen sprake. Voor het eerst had de mode zich ontdaan van de idee dat er één heersende modetrend moest zijn. En dat was er ook aan te zien. Fetisjmode, getailleerde jasjes met brede schouders en smalle taille, bermuda’s onder blazers, glanzende leggings, beenverwarmers, hoge pumps, lage pumps en nog zoveel meer. De alternatievere mannen en vrouwen vonden hun gading in de strakke(re) punk- en discobroek of de lossere wappenbroek. Wars tegenover de punk en fetisjmode stond de Dynasty-look, bekend van de zeer succesvolle reeksen Dynasty en Dallas. Deze ‘dress for success’-stijl had vooral aanhang bij de opkomende carrièrevrouwen die zich moesten laten gelden in een tot dan toe door de mannen overheerste zakenwereld.
Mijn kinder- en jeugdjaren speelden zich af in de jaren ’80. Van het begin van de eighties herinner ik me niet zoveel meer maar de tweede helft van de jaren ’80 zit nog vers in mijn geheugen, vooral dan wat muziek, mode en televisieseries betreft. De eighties waren de televisiejaren van Dynasty, Dallas, Sons and Daughters, Fame, Mik Mak Mon, Merlina, Jacobus & Corneel, Who’s the boss, Jake and the Fatman, Het Pleintje, Magnum, the A-Team, Miami Vice, Family Ties, Hoger Lager, de Collega’s, Knight Rider,…De filmjaren van Flashdance, Dirty Dancing, Karate Kid, E.T., Hector, Top Gun. En de muziekjaren van The Bangles, A-Ha, Dire Straits, T’Pau, Duran Duran, Eurythmics, Fleetwood Mac, George Michael, Dolly Dots, Kim Wilde, Culture Club, Cyndi Lauper, Nena, Dire Straits, Wham, Doe Maar, Spandau Ballet, Simple Minds, Talk Talk, Tina Turner, Mel & Kim, Pet Shop Boys, Live Aid, Depeche Mode, Kylie Minoque, Modern Taling, the New Beat en last but not least Michael Jackson en Madonna. En zo kunnen we nog wel even blijven doorgaan…
Het waren de jaren dat ik het eerst met popmuziek in aanraking kwam en wel elke week in de plaatselijke platenwinkel de ‘GoGo’ een aantal cassetjes en singeltjes ging kopen. Verschillende muziekstijlen – van fout to fouter – passeerden de revue. De Joepie en de top 30 vormden hierbij niet onbelangrijke inspiratiebronnen. Mijn favoriete groepen toen waren de Noorse groep A-Ha met de knappe leadzanger Morten Harket, onder meer bekend van ‘Take on me’, en The Bangles met Susanna Hoffs, onder meer bekend van ‘Manic Mondays’. Zoals dat bij elk tienermeisje het geval is, sierden posters van A-Ha en vooral van Morten een hele tijd de muren van mijn kamer.
Met andere woorden, veel kon en mocht in de jaren ’80, zoals ook te zien is in het beeld van de week: de clip ‘Smoorverliefd’ van Doe Maar. Niet voor niets deze song want de (late) eighties waren natuurlijk ook de jaren van de eerste keer smoorverliefd zijn, van de eerste kriebels in de buik…Waar is de tijd? Een beetje punk, een beetje fetisj, een beetje gek. Let vooral ook op de twee onvermoeibare dansers. ..
Beeld van de week: Symfonie van treurliederen van Gorecki
11 december 2011
Limburg zet sterk in op talentontwikkeling, ook binnen de sector van klassieke muziek. Dat er een breed draagvlak is voor klassieke muziek in Limburg bewijzen de succesvolle vijfjaarlijkse audities van FORTE, het Limburgse overlegplatform voor klassieke muziek. Het groeiende succes van de oproep en de mooie resultaten van afgelopen edities bevestigen alleen maar hoe belangrijk het is dat de provincie Limburg haar talenten niet alleen koestert, maar ook een extra duwtje in de rug geeft. De oproep voor de FORTE audities 2011 kreeg een rijke weerklank. Niet minder dan 39 klassieke muzikanten en kamerensembles stelden zich kandidaat voor de audities. De jongste deelnemer was 18, de oudste net geen 30. De audities vonden plaats op 5 en 6 december in de Academiezaal van Sint-Truiden en werden beoordeeld door een jury van deskundigen én door een publieksjury.
De professionele jury lauwerde drie solisten en twee ensembles waaronder twee jeugdige talenten: het duo sopraan Katrien Baerts en pianist Bart Verheyen, de saxofonist Kurt Bertels, de pianist Maarten Lingier, de groep Blow (percussionist Vincent Caers en saxofonist Andy Dhondt) en de violist Floris Willem die ook laureaat van de publieksjury werd. Daarnaast gingen er nog eervolle vermeldingen uit naar Cordis, Teyata Duo, Waldo Geuns en Wim Ilsen. De 18-jarige Floris Willem uit Bocholt, die al op tweejarige leeftijd viool begon te spelen, was de revelatie van deze editie. In juni 2011 slaagde Floris voor de toelatingsproef viool van de Muziekkapel Koningin Elisabeth. Ongetwijfeld een Limburgs aanstormend talent waar we zeker nog van zullen horen. De vijf laureaten spelen op woensdag 30 mei 2012 om 20u15 het laureatenconcert in de Academiezaal in Sint-Truiden.
Dat er in Limburg ook heel wat klassieke muziektalent zit, bewijst ook de 24-jarige topharpiste Anneleen Lenaerts, één van de meest gelauwerde en bekroonde harpisten van haar generatie. In 2010 werd ze benoemd tot solo harpiste van het prestigieuze Symfonieorkest ‘Wiener Philharmoniker’. Een aantal weken geleden won Anneleen Lenaerts als jonge belofte van het jaar een Klara. Dit is een award die Klara en Muziekcentrum Vlaanderen uitreiken tijdens de Staten Generaal van de Klassieke Muziek in Gent.
Het beeld van de week toont een fragment van de Symfonie Nr. 3 “Symfonie van treurliederen” van de Poolse componist Henryk Gorecki in een uitvoering met de London Sinfonietta met sopraan Dawn Upshaw en dirigent David Zinman. Gorecki, die vorig jaar op 76-jarige leeftijd overleed, schreef deze sympfonie in opdracht van de Südwestfunk Baden-Baden. De tekst bestaat deels uit de woorden die een jong meisje op de muur van een gestapo-cel schreef in afwachting van haar dood. Het fragment wordt ingeleid door Gorecki. Dit laat je zeker niet koud.