Provincie Limburg lanceert naast STROOM nu ook STROOM Literair

Gisteren vond in Hasselt een persconferentie plaats over de STROOM subsidies van de provincie Limburg. Sinds 2010 investeert de provincie in beloftevol creatief talent via de STROOM-beurzen. Het hoog aantal kwaliteitsvolle aanvragen bewijst dat er in Limburg veel talent actief is en dat er nood is aan deze subsidie. Met de lancering van ‘STROOMinvest’ in 2011 zette de provincie een volgende stap en ondersteunt ze Limburgse creatieve ondernemers die op zoek zijn naar bedrijfsfinanciering. Recentelijk werd er een nieuw instrument ‘STROOM Literair’ gelanceerd dat zich richt op Limburgse schrijvers en illustratoren. Tijdens het persmoment konden de journalisten alvast kennismaken met een aantal Limburgse kunstenaars die van een STROOM-subsidie genoten hebben. Deze kunstenaars zijn Daan Gielis, Daan Cupers, Christine Verheyden, Michel Bisceglia en Stan Reekmans (zie foto van links naar rechts).

STROOM richt zich op kunstenaars, planners, organisatoren, ontwerpers, tentoonstellingsmakers en anderen uit de sectoren van kunst en cultureel erfgoed. Een subsidie-aanvraag dient uiterlijk te gebeuren voor 15 maart 2012. STROOM omvat zowel beurzen als ontwikkelingsbeurzen. Een beurs (max. 2.500 euro) biedt de mogelijkheid om aan een workshop of masterclass deel te nemen, in binnen- of buitenland. De ontwikkelingsbeurs (max. 7.500 euro) ondersteunt een concreet project in de ontwikkelingsfase, meer bepaald de voorbereiding en het onderzoek van het project (en dus niet de uitvoering). Voor een ontwikkelingsbeurs moet de aanvrager wel een engagement aangaan met een erkende Limburgse cultuurorganisatie die met hem/haar samenwerkt.

Met de lancering van STROOMinvest in 2011 zette de provincie een tweede stap in haar talentontwikkelingsbeleid. Het fonds verstrekt achtergestelde leningen aan Limburgse creatieve ondernemers die op zoek zijn naar bedrijfsfinanciering voor een verdere uitbouw en professionalisering. Op deze manier versterkt STROOMinvest de ontwikkeling van Limburg als creatieve regio. STROOMinvest is een initiatief van de provincie Limburg, in samenwerking met de Limburgse Investeringsmaatschappij LRM. Voor investeringsaanvragen vanaf 50.000 euro bundelt STROOMinvest de krachten met CultuurInvest, het investeringsfonds voor creatieve ondernemingen van de Participatiemaatschappij Vlaanderen (PMV). Voor STROOMinvest zijn er geen vaste deadlines. Investeringsaanvragen kunnen het hele jaar door ingediend worden.

Een derde stap in het provinciale talentontwikkelingsbeleid is de lancering van STROOM Literair in 2012. Uit gesprekken met actoren uit het Limburgse literaire veld bleek er behoefte te zijn aan een aangepaste ondersteuning van Limburgs literair talent. Binnen het reglement STROOM is er wel ondersteuning van literatuurprojecten mogelijk, maar de specifieke aard van deze sector vraagt een aangepast reglement. STROOM Literair is gericht op een brede groep van Limburgse schrijvers en illustratoren. Dit wil zeggen dat de disciplines proza, poëzie, essay, theater, kinder- en jeugdliteratuur en het illustratorschap in aanmerking komen. Wetenschappelijke werken komen niet in aanmerking. De aanvrager moet wel beschikken over minstens 1 professioneel bij een uitgeverij uitgegeven publicatie. Het instrument omvat beurzen en ontwikkelingsbeurzen. De beurzen (max. 5.000 euro) richten zich op een individuele coaching, deelname aan een workshop of masterclass of een residentie. Bij een ontwikkelingsbeurs (max. 2.500 euro) ligt de nadruk op het voorbereidend werk om een cross-over project te realiseren. De aanvragen dienen ingediend te worden voor 15 maart 2012.

Via STROOM werden in totaal al 59 aanvragen gesubsidieerd in 2010 en 2011. Wil je weten wie in 2010 en 2011 een STROOM-beurs heeft ontvangen? Bekijk dan zeker het gedetailleerd overzicht van de STROOM-projecten op de website (www.stroomlimburg.be). Op deze website vind je ook meer informatie over STROOM, STROOM Literair en STROOMinvest. Via onderstaande link kan je ook nog een fragment uit het TVL nieuws bekijken over de STROOM subsidies met een toelichting van het ‘Brel’ project van Michel Bisceglia.

http://www.tvl.be/nl/2012-02-27/200-000-euro-stroom-subsidie-voor-limburgse-cultuur/

Foto: © Filip Van Roe

Provincie Limburg zoekt laureaat voor de Cultuurprijs: kandidaatstelling indienen voor 30 maart

Voor de eerste uitreiking van de driejaarlijkse cultuurprijs is de provincie op zoek naar een witte cultuurraaf. Het provinciaal reglement betreffende de “Cultuurprijs van de provincie Limburg” heeft als doel het verhogen van de diversiteit en kwaliteit van het cultuuraanbod in Limburg. De prijs heeft ook een belangrijke maatschappelijke functie en erkent het cultureel belang van het werk van de genomineerden en laureaten. De laureaat krijgt prijzengeld (6.200 euro) overhandigd, en kan tegelijkertijd ook genieten van de media-aandacht en erkenning door een ruimer publiek. Onze provincie zet sterk in op creatief talent. Talentontwikkeling en een divers en kwalitatief cultuuraanbod zijn onlosmakelijk met mekaar verbonden. Daarom vinden we het belangrijk om verdienstelijke Limburgers op cultureel vlak te honoreren. De uitreiking van de cultuurprijs zet de laureaat in de kijker en is bovendien ook een belangrijk ontmoetings- en ontdekkingsmoment van en voor actoren uit de hele (socio-)culturele sector.”

De prijs kan worden uitgereikt aan een persoon, organisatie, project of initiatief die/dat zich de voorbije 3 jaar op één of andere wijze verdienstelijk heeft gemaakt op cultureel vlak en een blijvende indruk heeft nagelaten. Actoren en initiatieven uit verschillende disciplines komen in aanmerking: hedendaagse beeldende kunst, letteren, muziek, dans, cultureel erfgoed, theater, audiovisuele kunst, mode, architectuur, op sociocultureel vlak, in de media en alle mengvormen van deze culturele disciplines. De kandidaat kan zelf een aanvraag indienen of kan voorgedragen worden door een individu of organisatie. Kandidaten kunnen zich aanmelden tot en met 30 maart 2012 via het aanvraagformulier dat te downloaden is via www.limburg.be/subsidies. De selectie gebeurt in de maand april door een jury die bestaat uit vertegenwoordigers van de Limburgse Raad voor Cultuur, de beleidscel cultuur en externe experts uit verschillende cultuurdisciplines. De uitreiking zal plaatsvinden in de maand mei van 2012. Het reglement en indienformulier zijn terug te vinden op de website van de provincie Limburg (www.limburg.be/subsidies).

Op woensdag 29 februari organiseert de cluster Digital Arts and Cultures van het onderzoekscentrum IBBT/SMIT een zeer interessante lecture van Beryl Graham, professor nieuwe mediakunst aan de Sunderland University, en Michelle Kasprzak, curator aan het Institute for Unstable Media (V2), over de rol van de curator en kunsten binnen een digitaal tijdperk. Graham is co-auteur van het boek “Re-thinking Curating. Art After New Media” (Graham and Cook, 2011). Dit boek vormt dan ook een rode draad doorheen de avond. De lezing gaat door in Argos en start om 19u30 (ontvangst vanaf 18u30).

Voor meer info:

smit.vub.ac.be/event/41/IBBT-SMIT_LECTURE_SERIES__Digital_Arts_and_Cultures

Vandaag is het 14 februari en dus Valentijn, het feest van de geliefden. Daar hoort een aangepast beeld van de week bij: ‘Liefde van later’ van Herman Van Veen. ‘Liefde van later’ is een vertaling en zeer geslaagde bewerking van ‘La Chanson des vieux amants’ van Jacques Brel, één van mijn favoriete liefdesnummers.  Ik leerde dit lied van Brel kennen in het vijfde jaar humaniora. Onze leraar Frans was enorm gepassioneerd door Frans chanson en deze passie deelde hij graag met zijn leerlingen. Een ideale manier om een taal te leren kennen maar ook en vooral om de schoonheid van de Franse cultuur en het chanson te ontdekken. Sindsdien hebben het Franse lied, Jacques Brel en ‘La chanson des vieux amants’ mij nooit meer losgelaten. Vandaag koos ik voor de uitvoering van Herman Van Veen. Anders dan Brel maar zeker zo mooi en puur, confronterend met de schoonheid maar ook de kwetsbaarheid van de liefde. Of om het met de woorden van Toon Hermans te zeggen: ”Ik weet dat liefde lente is, maar ook een beetje sneeuw.”

Het beeld van de week toont een foto van scenograaf Jan Strobbe van de repetities van de theatervoorstelling ‘De Tocht van de olifant’ van Stefan Perceval. ‘De Tocht van de olifant’ (2008, vertaling 2009) van de Portugese auteur José Saramago (°1922) vertelt het waargebeurde verhaal over de reis van de Aartshertog van Oostenrijk, Maximiliaan II, vergezeld van de reusachtige olifant Salomon. Maximiliaan II, die in Valladolid aan het hof van Spanje verbleef, kreeg de olifant in 1551 als huwelijksgeschenk cadeau van zijn Portugese neef koning Jom Joâo III. De olifant werd door zijn Indiase menner Subhro en een peleton soldaten vanuit Portugal naar Spanje gebracht. Van daaruit reisde de olifant met Maximiliaan, zijn vrouw en kinderen over de zee en de Alpen naar Wenen. Ze passeerden verschillende landsgrenzen, kleine dorpjes, havens, bergtoppen, steile ravijnen en volkeren, elk met hun eigen verhaal.

Deze bonte praalstoet met olifant Salomon inspireerde de vrijdenker José Saramago tot het schrijven van zijn roman. De praalstoet en koninklijke rijkdom worden in het verhaal niet verheerlijkt. Integendeel, de communistische en atheïstische Saramago bekritiseert tussen de regels door de koninklijke rijkdom, machthebbers en kerken. Het verhaal weerspiegelt de strijd van Saramago tegen onrechtvaardigheid en is tegelijkertijd ook een ode aan vriendschap en solidariteit. Het resultaat is een mooi stukje proza met ruimte voor spot, ironie, humor, dubbele bodems, veel verbeeldingskracht en ontroering. José Saramago kreeg de Nobelprijs voor literatuur in 1998. Daarnaast verkreeg hij nog tal van andere prijzen en onderscheidingen waaronder ook een aantal eredoctoraten. ‘De Stad der blinden’, het bekendste werk van de Portugese auteur, werd ondertussen ook verfilmd. José Saramago overleed op 18 juni 2010.

‘De tocht van de olifant’ werd op vraag van HETPALEIS bewerkt en geregisseerd door schrijver en regisseur Stefan Perceval. Voor de scenografie werkt hij samen met zijn vertrouwde scenograaf Jan Strobbe. De personages worden vertolkt door topacteurs Marc Van Eeghem en Sien Eggers. De pianist en componist Jef Neve componeerde de muziek die live wordt gebracht tijdens de voorstelling door Bram Weijters. De voorstelling loopt van 11 februari (première) t.e.m. 9 maart in HETPALEIS in Antwerpen. Vanaf 16 maart t.e.m. 28 april reist ze door Vlaanderen. Voor meer info en tickets: klik hier. Hieronder alvast een fragment als voorsmaakje:

Koningin: We hebben Salomon toch!

Koning: Wie?

Koningin: Salomon, de olifant. Dat beest is al meer dan twee jaar geleden uit India hierheen gekomen en sindsdien heeft het niks anders gedaan dan vreten en slapen. We houden een beest op stal zonder er ooit iets voor terug te krijgen.

Koning:En hoe moet hij daar geraken?

Koningin: Dat is ons probleem niet. Te voet zeker, hij heeft stevige poten. Er zal niks anders opzitten.

En indien je even in de voetsporen van olifant Salomon wil treden, bekijk dan zeker ook onderstaand filmpje waarin José Saramago een deel van de historische route van de olifant afreist in Portugal.

Voor het beeld van de week zocht ik deze keer mijn inspiratie binnen de danswereld. Het beeld toont een fragment uit de documentaire ‘Coffee with Pina’ van Lee Yanor (2006). De Duitse choreografe en danseres Pina Bausch werd in 1940 als Philippine Bausch geboren in Solingen. Het restaurant dat haar ouders runden en waar ze regelmatig hielp, bepaalde mee haar choreografisch werk. De muziek die Pina in het restaurant hoorde, de mensen die ze observeerde, de gesprekken over geluk en verlangen die ze daar opving, vormden belangrijke inspiratiebronnen voor haar werk. Maar ook de confrontatie met de oorlog en vooral de daarmee gepaard gaande angst, gevaar en plotse paniek komen tot uiting in haar choreografie.

Als kind maakte Pina deel uit van het kinderballet van Solingen. Vanaf haar veertiende volgde ze een dansopleiding aan de toonaangevende Folkwang School in Essen bij de gerenommeerde choreograaf Kurt Jooss. De Folkwang-school werd in 1927 door Kurt Jooss en operadirecteur Rudolf-Schulze Dornburg opgericht als interdisciplinair instituut voor muziek, dans en taal. Jooss was een belangrijke verdediger van de voor- en naoorlogse moderne Duitse dans die zich trachtte te bevrijden van de strikte regels van het klassieke ballet. Hij verzoende de vrije geest van de moderne dans met de fundamentele, technische regels van het klassieke ballet en bracht dit over op zijn studenten waaronder de jonge, veelbelovende Bausch. Het interdisciplinaire karakter van de school, waar ze later zelf nog les gaf, en de nabijheid van andere kunsten (waaronder opera, muziek, drama, schilderkunst, fotografie) die daar gedoceerd werden, reflecteerden zich in Pina’s open choreografische geest. Na haar opleiding won ze de Folkwang Leistungspreis waardoor ze een beurs kreeg om een opleiding te volgen aan de Juilliard School of Music in New York, het mekka van de dans waar de klassieke dans heruitgevonden werd. De eerste jaren na haar opleiding maakte ze deel uit van een aantal Amerikaanse gezelschappen waaronder the Metropolitan Opera Ballet Company, die haar liefde voor opera mee voedde, en the New American Ballet. In de VS greep ze elke kans om voorstellingen te bekijken en nieuwe tendensen op vlak van dans op te snuiven die haar later werk enorm gevoed hebben.

Maar al snel keerde ze naar haar geboorteland terug en vervoegde ze als solist het Folkwang-Ballett van Kurt Jooss, waar ze in 1968 haar eerste onafhankelijke choreografie ‘Fragment’ maakte. In 1973 werd ze artistiek directeur van het Wuppertal Ballet die ze al snel een andere naam gaf, met name ‘Tanztheater Wuppertal Pina Bausch’. Met de naamswijziging wilde ze de eigenheid van haar Tanztheater in de verf zetten. Geen klassieke balletroutines, maar een complete vrijheid van expressie(middelen). De eerste dansopera’s die ze creëerde waren de Gluck opera’s Iphigenia in Tautis (1974) en Orpheus and Eurydice (1975). De choreografie voor Igor Stravinsky’s ‘Le Sacré du printemps’ (1975) kan beschouwd worden als een mijlpaal in haar carrière: de emotionele kracht en ongecontroleerde lichamelijkheid werden vanaf dan haar handelsmerk. Een handelsmerk dat in het begin voor heel wat controverse zorgde, maar na verloop van tijd het Tanztheater Wuppertal steeds meer internationale erkenning deed verwerven.

Als ik aan het werk van Pina Bausch denk, denk ik aan een enorme emotionele kracht, lichamelijkheid, poëtische verbeelding, een gigantische expressiviteit, grenzeloosheid en verlies van controle. Maar ik denk ook aan tederheid, schoonheid, liefde, intimiteit, precisie, eerlijkheid en zoals ze dat zo mooi in het Frans zeggen ‘joie de vivre’. Essentiële menselijke emoties zoals angsten, verlangens, behoeften en wensen vormen het startpunt van haar producties waarbij droom en realiteit, dans en theater en moderne dans en klassiek ballet in elkaar verstrengeld zijn. Haar voorstellingen weerspiegelen haar persoon. Als je Pina aan het werk ziet in één van de documentaires die over haar gemaakt zijn, dan weet je wat ik bedoel. Een ongelooflijke sterke en energieke vrouw, maar tegelijkertijd zo fragiel. Tanztheater Wuppertal zorgde voor een internationale choreografische revolutie, voor een renaissance van de Duitse dans. Pina Bausch wordt dan ook beschouwd als één van de meest betekenisgevende choreografen van onze tijd. Pina overleed op 30 juni 2009 in Wuppertal. Ze zal voor altijd in het geheugen van de dansgeschiedenis gegrift staan als één van de belangrijkste choreografen van de 20ste eeuw.

Het Tanztheater Wuppertal Pina Bausch bestaat nog steeds onder artistieke leiding van Dominique Mercy and Robert Sturm. Ga zeker eens een kijkje nemen op hun website: http://www.pina-bausch.de. Maar als je meer wil weten over deze fantastische madam en haar werk, dan is het zeker de moeite om de film ‘Pina’ van Wim Wenders te bekijken. In deze film, waarmee hij genomineerd is voor de Oscars als beste documentairefilm, brengt Wenders hulde aan de revolutionaire Pina Bausch. Een pareltje!

Het beeld van de week toont een postkaart met een panoramafoto van de cité van Beringen. Voor mij is de mijnsite van Beringen één van de de mooiste en vooral meest autentieke mijnsites van Limburg, en ik zeg dit niet alleen omdat ik van Beringen ben.  De mijnsite van Beringen wordt algemeen erkend als één van de best bewaarde mijnzetels van het vroegere Kempische steenkoolbekken. Ook de tuinwijk, het Kioskplein, het park en de terril zijn één van mijn lievelingsplekjes.

Net zoals de andere mijnsites krijgt deze site de volgende jaren een herbestemming. Het project mikt op een harmonieus samengaan van wonen, winkels en ontspanning. Het totaalconcept voor deze herbestemming kreeg de naam Be-Mine. De NV Be-Mine is een samenwerking van DMI Vastgoed, Van Roey Vastgoed en LRM. Er werden PPS-samenwerkingsovereenkomsten afgesloten met Lisom (LSM), Provincie Limburg en Stad Beringen voor de realisatie van publieke onderdelen. Be-Mine omvat twee luiken: ‘Mijn Wonen’ en ‘Mijn Beleven’. Binnen dit laatste luik vormen de stad en de provincie belangrijke partners.

Wat ‘Mijn Wonen’ betreft, heeft de NV Be-Mine in 2011 het startschot gegeven voor de ontwikkeling van het Houtpark, een woonwijk op de mijnsite met 111 woongelegenheden. Het erfgoed zal hierbij worden gerespecteerd. De bedoeling is om op termijn op de site bijna 600 nieuwe wooneenheden in diverse categorieën en voor diverse doelgroepen te voorzien, waaronder ook een rusthuis met aangrenzende serviceflats.

Het luik ‘Mijn Beleven’ is een samenwerking tussen onder meer Be-Mine, de stad Beringen en de provincie Limburg. Opzet van dit luik is de creatie van een unieke ontmoetingsomgeving voor cultuur, recreatie en winkels met respect voor het erfgoed en de omgeving. Zo komt er op de site onder meer een Provinciaal Mijnmuseum in delen van het badzaalgebouw, de losvloer en de kolenwasserij. De Stad realiseert aan de koeltorens een nieuw stedelijk zwembad via het PPS-project ‘Mijn Zwemparadijs’. Naast het provinciaal mijnmuseum en het stedelijk zwembad worden in het kader van ‘Mijn Beleven’ private commerciële  ontwikkelingen voorzien op vlak van leisure, retail en horeca. Het ultieme doel is om van deze industrieel-archeologische koolmijnsite een uniek belevings- en ervaringskader met bovenlokale uitstraling te maken.

De herbestemming van de site verloopt over een periode van tien jaar dus we zullen nog even moeten wachten vooraleer we de unieke belevingssfeer zullen kunnen opsnuiven. Dit neemt echter niet weg dat het nu al zeker de moeite is om een kijkje op de site te gaan nemen. Zo kan je bijvoorbeeld een prachtige wandeling maken op en rond de terril of kan je een bezoek brengen aan het Mijnmuseum. Het huidige mijnmuseum wordt momenteel gerenoveerd, dit in afwachting van het gloednieuwe museum dat in het kader van het ‘Mijn Beleven’ luik zal worden gerealiseerd. Het gerenoveerde museum kan je binnen enkele maanden bezoeken. Wie dus nog een glimp wil opvangen van het museum in de huidige charmante, authentieke  staat, zal zich moeten haasten. Een absolute aanrader en voor herhaling vatbaar! Voor meer info: www.mijnmuseum.be.  

When the Thames froze” van Smith & Burrows: kan misschien wel worden beschouwd als een kerstlied maar voor mij wel één van de mooiste met een zeer mooie tekst. In dit lied nadert het einde van 2011 en valt er sneeuw. Ondertussen is het al 2012 en kunnen we terugkijken op de eerste week. Zonder sneeuw, maar wel met een regering. Zoals dat met het leven gaat, wisselden mooie en minder mooie momenten elkaar tijdens de eerste dagen van het nieuwe jaar af. Maar we mogen vooral niet vergeten om de mooie momenten te erkennen en te koesteren. De dagen, weken, maanden, jaren vliegen voorbij dus laten we er het beste van maken en er vooral zoveel mogelijk van genieten. Of om het met de woorden van James Dean te zeggen: “Droom alsof je eeuwig zult leven. Leef alsof je vandaag zult sterven.”

Een fragment uit When the Thames froze:

“So tell everyone that there’s hope in your heart
Tell everyone or it will tear you apart
The end of Christmas day, when there’s nothing left to say
The years go by so fast, let’s hope the next beats the last.

Op 5 en 6 december 2011 organiseerde FORTE, het samenwerkingsverband van organisatoren klassieke muziek in Limburg, haar vijfjaarlijkse audities in de prachtige Academiezaal in Sint-Truiden. Niet minder dan 39 klassieke muzikanten en kamerensembles stelden zich kandidaat. De jongste deelnemer was 18, de oudste net geen 30. Het groeiende succes van de audities en de mooie resultaten bevestigen alleen maar hoe belangrijk het is dat de provincie Limburg haar talenten niet alleen koestert, maar ook een extra duwtje in de rug geeft. De professionele jury lauwerde drie solisten en twee ensembles waaronder twee jeugdige talenten: het liedduo Katrien Baerts en Bart Verheyen, de saxofonist Kurt Bertels, de pianist Maarten Lingier, de groep Blow en de violist Floris Willem, die ook laureaat van de publieksjury werd. De 18-jarige Floris Willem uit Bocholt, die al op tweejarige leeftijd viool begon te spelen, was de revelatie van deze editie. De vijf laureaten spelen op woensdag 30 mei 2012 om 20.15 u. het laureatenconcert in de Academiezaal in Sint-Truiden.

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.