Eerste driejaarlijkse Limburgse Cultuurprijs is voor Anneleen Lenaerts

Via de Cultuurprijs honoreert de provincie Limburg het werk van een persoon of organisatie die is uitgegroeid tot ambassadeur van de provincie of voor een verrijking van het Limburgs cultureel aanbod heeft gezorgd. De provincie Limburg zet sterk in op creatief talent. Talentvolle professionele kunstenaars moeten kansen en stimulansen krijgen om hun talent verder te ontwikkelen. Maar ook Limburgers die in hun vrije tijd een culturele discipline beoefenen, moeten kansen krijgen om hun talenten verder te ontwikkelen, bijvoorbeeld bij harmonies, lokale kunstkringen of toneelverenigingen. De laureaat van de Limburgse Cultuurprijs krijgt prijzengeld (6.200 euro) overhandigd, en kan tegelijkertijd ook genieten van de media-aandacht en erkenning door een ruimer publiek.

Het provinciebestuur ontving 48 kandidaturen voor deze eerste editie van de Cultuurprijs. De Limburgse Cultuurprijs wordt uitgereikt aan een persoon, organisatie, project of initiatief die/dat zich de voorbije 3 jaar op één of andere wijze verdienstelijk heeft gemaakt op cultureel vlak en een blijvende indruk heeft nagelaten binnen een bepaalde culturele discipline. De selectie gebeurde begin mei door een vakjury bestaande uit vertegenwoordigers van de Limburgse Raad voor Cultuurbeleid en externe experts uit de media en diverse cultuurdisciplines. De belangrijkste criteria bij deze beoordeling waren onder andere het ambassadeursschap op Limburgs, nationaal en internationaal vlak en het groeipotentieel van de kandidaten. Het resultaat van de jurybespreking is een rangorde met aan het hoofd de drie genomineerden, waaronder de uiteindelijke winnaar.

De jury was vol lof over de 3 genomineerden voor de cultuurprijs 2012: Michaël Roskam, Raf Simons en Anneleen Lenaerts. De jury was unaniem in haar keuze voor de uiteindelijke laureaat: Anneleen Lenaerts. Anneleen is nog maar 25 jaar en kan al een enorm palmares voorleggen. Door haar uitzonderlijk talent en enorme werkkracht reeg ze de prijzen aan elkaar en werd ze geselecteerd als soloharpiste bij de Wiener Philharmoniker. Haar palmares maakt haar een ambassadeur voor onze provincie. Haar indrukwekkend palmares, haar bescheidenheid en haar scholing zijn een inspiratie voor ieder die met muziek begaan is.

Het uitreikingsmoment van de cultuurprijs van de provincie Limburg zette niet alleen de genomineerden en de laureaat in de kijker, maar was ook een belangrijk ontmoetings- en ontdekkingsmoment van én voor actoren uit de hele (socio-)culturele sector. De meer dan 200 aanwezigen genoten van een divers programma met filmpjes over de genomineerden en muzikale intermezzo’s door Michel Bisceglia Trio.

Het beeld van de week toont het filmpje over Anneleen Lenaerts. Voor de filmpjes over Raf Simons en Michaël Roskam zie:

Raf Simons: https://vimeo.com/42616533 (door Sofie Sourdeau)
Michaël Roskam: https://vimeo.com/42613077 (door Indigomedia)

Foto: © Eddy Daniels

De steenkoolmijnen spelen een belangrijke rol in de geschiedenis van Limburg. In Beringen is het mijnverleden nog steeds sterk aanwezig: de vroegere mijnzetel is haast volledig bewaard gebleven en vormt een pareltje van industriële archeologie. De omliggende tuinwijken hebben voor een groot deel hun charme en eigenheid bewaard en de vroegere terrils zijn omgetoverd tot wandelgebied. De site in Beringen is één van de grootste en best bewaarde historische (mijn)sites in Europa en ontving daarvoor de titel van ‘European Heritage’ als enige in Vlaanderen.

Op het mijnterrein van Beringen is sinds 1986 het Mijnmuseum gevestigd met tal van gevarieerde programma’s voor individuele bezoekers, groepen en scholen. Het Mijnmuseum in Beringen onderging de voorbije maanden een heuse facelift. Het architecten- en interieurdesignbureau Buro B (Genk) zorgde voor de nieuwe, moderne inrichting van het museum. Op een interactieve manier wordt de geschiedenis van de Limburgse steenkoolmijnen weer tot leven gebracht. Je komt er alles te weten over het rijke mijnverleden. Het museum toont niet alleen het verhaal de van mijnindustrie en de ondergrond, maar ook en vooral het verhaal van mensen: migratie, multicultureel samenleven, leven in de cité, sport, stakingen, etc.

Vanaf zaterdag 28 april 2012 is het vernieuwde mijnmuseum open voor het grote publiek. Wil je kennis maken met de nieuwe invulling van de historische parel van Beringen, kom dan zeker tussen 10 uur en 16 uur een kijkje nemen in het vernieuwde Mijnmusem (Mijnsite Beringen, Be-Mine, Koolmijnlaan 201, 3582 Beringen).

Voor meer info: http://mijnmuseum.be/

Dit weekend vond in Genk in de oude mijngebouwen van Winterslag het C-Mine Jazz festival plaats. Met de aanstelling van Limburgs muzikaal toptalent Michel Bisceglia beloofde deze editie veel goeds. En deze belofte werd waargemaakt. De Genkenaar Bisceglia slaagde erin topnamen naar Genk te halen zoals de Jamaicaanse pianist Monty Alexander, de Ethiopische orkestleider en vibrafonist Mulatu Astatke, de Braziliaanse Tania Maria en de jonge gospelpop-zangeres Lizz Wright. Er was ook plaats voor verdieping en verfijning in het programma met namen zoals onder meer Daniel Johnston, Phorenis, het Fly Trio en  Miroslav Vitous. De avonden werden afgesloten met Mauro en Buscemi. Bisceglia slaagde erin om, vanuit een brede interpretatie van jazz, verbreding en verdieping virtuoos te verbinden en zowel de echte jazzliefhebber als het brede publiek te bekoren. Het was de eerste keer dat ik een jazzfestival bezocht en absoluut voor herhaling vatbaar. De excentrieke cultlegende Daniel Johnston en de Jamaicaanse pianist  Monty Alexander, die ooit het podium deelde met Frank Sinatra, blijven mij voor altijd bij. Het beeld van de week toont een fragment uit een live concert van Monty Alexander. Een bijzonder mooie interpretatie van Marley’s ‘No woman, No cry’.

De Prijs Beeldende Kunsten van de stad Beringen ging dit jaar uit naar Tejo Van den Broeck. De prijs werd op zaterdag 24 maart voor de 15de keer uitgereikt in de galerij van het Casino van Beringen. Dit jaar stond de prijs in het teken van ‘Loopbaan – carrière – CV’ om lokale kunstenaars met een mooie loopbaan in de schijnwerpers te zetten. Tejo werd geloofd om zijn ononderbroken zoektocht naar nieuwe zienswijzen binnen de aquareltechniek en zijn tekentalent. Er waren 22 kandidaten voor de prijs wat wijst op de sterke artistieke voedingsbodem in Beringen. Naast de laureaat werden ook de kandidaten Gerbrand Jespers en Jan Hoogsteyns vernoemd. “Deze kunstenaars gaven een zeer persoonlijke uiting aan hun creatieve zoektocht en werden hiervoor gedurende hun loopbaan verschillende keren bekroond met belangrijke prijzen”, aldus de jury. De kunstenaar ontvangt een geldprijs van 2.000 euro. Je kan de tentoonstelling Prijs Beeldende Kunsten 2012 in de galerij van Casino Beringen bezoeken van 26 maart t.e.m. 6 april. Meer info over de prijs en de openingsuren van het Casino vind je hier.

We denken allemaal wel eens aan onze ‘oude dag’ of aan die van onze ouders en vooral aan wat ons dan mogelijk te wachten staat. De vragen die spontaan rijzen zijn: waar zullen we onze oude dag doorbrengen en zal de zorg aan onze noden en behoeften voldoen? Het woonbeleid staat voor grote uitdagingen waarop we innovatief en pro-actief moeten reageren. Enerzijds zorgt de vergrijzing voor een spectaculaire nood aan capaciteitsuitbreiding in de ouderenzorg. Anderzijds dienen we ons beter aan te sluiten bij de noden van specifieke doelgroepen. Met het Limburgs beleid rond wonen en zorg wil gedeputeerde van wonen Gilbert Van Baelen samen met gedeputeerde van welzijn Mieke Ramaekers een antwoord bieden op de groeiende woonzorgbehoefte.  Dit voorjaar stuurden ze het provinciaal subsidiereglement voor projecten rond wonen en zorg bij. Niet alleen proberen ze door subsidies betaalbare woonvormen mogelijk te maken, maar ook te voldoen aan bepaalde voorschriften inzake woon- en zorgcomfort. Het is belangrijk dat de behoeften van de (toekomstige) ouderen beantwoord worden. Wonen is meer dan leven in een huis, wonen is samen-wonen in een gemeenschap, een straat, een dorp, een wijk of een gemeente. Het woonzorgconcept mag zich niet meer beperken tot de zorgverstrekkende instellingen. De ganse woonbuurt en zorgorganisatie moeten op deze evolutie afgestemd worden. Van het woonzorgcentrum (de moderne invulling van het rusthuis) naar de woonzorgzone met verschillende soorten voorzieningen en huisvesting. Hierin wil de provincie de lokale besturen ondersteunen.

Het beeld van de week toont een live versie van het prachtige ‘I miss you’ van Amerikaans singer-songwriter Randy Newman tijdens Jazz Open 2006 in Stuttgart. Randy Newman (° 1943) is één van mijn favoriete artiesten. Eén van zijn meest bekende filmsongs is ongetwijfeld ’You’ve got a friend in me’ uit Toy Story en dat was niet de enige filmsong die hij componeerde.Hij ontving niet minder dan 20 Oscarnominaties voor soundtracks en filmsongs voor films zoals onder meer ‘Awakenings’, ‘Toy Story’ (1, 2 en 3), ‘Ragtime’, ‘Cars’. Eén filmsong  ’If I didn’t have you’ uit Monsters Inc werd in 2002 verzilverd met een Oscar.  Ik ontdekte Randy Newman nog maar een aantal jaren geleden, maar was er meteen weg van. Zijn songs bevatten een ongelooflijke eerlijkheid en emotie. Satire is hem niet vreemd. Heel wat hits van Newman, zoals bijvoorbeeld ‘God’s Song’ en ‘Short People’, bevatten cynische teksten die al heel wat Amerikanen in het verkeerde keelgat geschoten zijn.

Niet zozeer de satire in zijn songs intrigeert mij, dan wel de veelzijdige eenvoud van zijn songs. Expressie, een ruwe stem en een piano, geen show, geen overbodige lichaamsbewegingen, geen overdaad. Het doet ons denken aan Ray Charles, wat niet verwonderlijk is gegeven Randy’s enorme bewondering voor deze Amerikaanse (blues) muzikant. De ontroerende eenvoud raakt mij vooral in zijn eerlijke, ontroerende love songs zoals ‘I miss you’. Deze song is een prachtig eerbetoon aan zijn ex-vrouw dat niemand onberoerd laat. Het gevoel van iemand die we liefhebben te missen, een gevoel dat triest maar tegelijkertijd ook mooi kan zijn, kent ieder van ons wel.

Randy Newman is momenteel bezig met een Europese tournee. Vorige week bezocht hij Brussel en Hasselt. Op donderdag 22 maart kan je hem nog gaan bewonderen in Antwerpen in de Bourla. Mis deze kans zeker niet. Meer informatie over zijn Europese tournee vind je op zijn website: http://randynewman.com/

Provincie Limburg lanceert naast STROOM nu ook STROOM Literair

Gisteren vond in Hasselt een persconferentie plaats over de STROOM subsidies van de provincie Limburg. Sinds 2010 investeert de provincie in beloftevol creatief talent via de STROOM-beurzen. Het hoog aantal kwaliteitsvolle aanvragen bewijst dat er in Limburg veel talent actief is en dat er nood is aan deze subsidie. Met de lancering van ‘STROOMinvest’ in 2011 zette de provincie een volgende stap en ondersteunt ze Limburgse creatieve ondernemers die op zoek zijn naar bedrijfsfinanciering. Recentelijk werd er een nieuw instrument ‘STROOM Literair’ gelanceerd dat zich richt op Limburgse schrijvers en illustratoren. Tijdens het persmoment konden de journalisten alvast kennismaken met een aantal Limburgse kunstenaars die van een STROOM-subsidie genoten hebben. Deze kunstenaars zijn Daan Gielis, Daan Cupers, Christine Verheyden, Michel Bisceglia en Stan Reekmans (zie foto van links naar rechts).

STROOM richt zich op kunstenaars, planners, organisatoren, ontwerpers, tentoonstellingsmakers en anderen uit de sectoren van kunst en cultureel erfgoed. Een subsidie-aanvraag dient uiterlijk te gebeuren voor 15 maart 2012. STROOM omvat zowel beurzen als ontwikkelingsbeurzen. Een beurs (max. 2.500 euro) biedt de mogelijkheid om aan een workshop of masterclass deel te nemen, in binnen- of buitenland. De ontwikkelingsbeurs (max. 7.500 euro) ondersteunt een concreet project in de ontwikkelingsfase, meer bepaald de voorbereiding en het onderzoek van het project (en dus niet de uitvoering). Voor een ontwikkelingsbeurs moet de aanvrager wel een engagement aangaan met een erkende Limburgse cultuurorganisatie die met hem/haar samenwerkt.

Met de lancering van STROOMinvest in 2011 zette de provincie een tweede stap in haar talentontwikkelingsbeleid. Het fonds verstrekt achtergestelde leningen aan Limburgse creatieve ondernemers die op zoek zijn naar bedrijfsfinanciering voor een verdere uitbouw en professionalisering. Op deze manier versterkt STROOMinvest de ontwikkeling van Limburg als creatieve regio. STROOMinvest is een initiatief van de provincie Limburg, in samenwerking met de Limburgse Investeringsmaatschappij LRM. Voor investeringsaanvragen vanaf 50.000 euro bundelt STROOMinvest de krachten met CultuurInvest, het investeringsfonds voor creatieve ondernemingen van de Participatiemaatschappij Vlaanderen (PMV). Voor STROOMinvest zijn er geen vaste deadlines. Investeringsaanvragen kunnen het hele jaar door ingediend worden.

Een derde stap in het provinciale talentontwikkelingsbeleid is de lancering van STROOM Literair in 2012. Uit gesprekken met actoren uit het Limburgse literaire veld bleek er behoefte te zijn aan een aangepaste ondersteuning van Limburgs literair talent. Binnen het reglement STROOM is er wel ondersteuning van literatuurprojecten mogelijk, maar de specifieke aard van deze sector vraagt een aangepast reglement. STROOM Literair is gericht op een brede groep van Limburgse schrijvers en illustratoren. Dit wil zeggen dat de disciplines proza, poëzie, essay, theater, kinder- en jeugdliteratuur en het illustratorschap in aanmerking komen. Wetenschappelijke werken komen niet in aanmerking. De aanvrager moet wel beschikken over minstens 1 professioneel bij een uitgeverij uitgegeven publicatie. Het instrument omvat beurzen en ontwikkelingsbeurzen. De beurzen (max. 5.000 euro) richten zich op een individuele coaching, deelname aan een workshop of masterclass of een residentie. Bij een ontwikkelingsbeurs (max. 2.500 euro) ligt de nadruk op het voorbereidend werk om een cross-over project te realiseren. De aanvragen dienen ingediend te worden voor 15 maart 2012.

Via STROOM werden in totaal al 59 aanvragen gesubsidieerd in 2010 en 2011. Wil je weten wie in 2010 en 2011 een STROOM-beurs heeft ontvangen? Bekijk dan zeker het gedetailleerd overzicht van de STROOM-projecten op de website (www.stroomlimburg.be). Op deze website vind je ook meer informatie over STROOM, STROOM Literair en STROOMinvest. Via onderstaande link kan je ook nog een fragment uit het TVL nieuws bekijken over de STROOM subsidies met een toelichting van het ‘Brel’ project van Michel Bisceglia.

http://www.tvl.be/nl/2012-02-27/200-000-euro-stroom-subsidie-voor-limburgse-cultuur/

Het beeld van de week toont een foto van scenograaf Jan Strobbe van de repetities van de theatervoorstelling ‘De Tocht van de olifant’ van Stefan Perceval. ‘De Tocht van de olifant’ (2008, vertaling 2009) van de Portugese auteur José Saramago (°1922) vertelt het waargebeurde verhaal over de reis van de Aartshertog van Oostenrijk, Maximiliaan II, vergezeld van de reusachtige olifant Salomon. Maximiliaan II, die in Valladolid aan het hof van Spanje verbleef, kreeg de olifant in 1551 als huwelijksgeschenk cadeau van zijn Portugese neef koning Jom Joâo III. De olifant werd door zijn Indiase menner Subhro en een peleton soldaten vanuit Portugal naar Spanje gebracht. Van daaruit reisde de olifant met Maximiliaan, zijn vrouw en kinderen over de zee en de Alpen naar Wenen. Ze passeerden verschillende landsgrenzen, kleine dorpjes, havens, bergtoppen, steile ravijnen en volkeren, elk met hun eigen verhaal.

Deze bonte praalstoet met olifant Salomon inspireerde de vrijdenker José Saramago tot het schrijven van zijn roman. De praalstoet en koninklijke rijkdom worden in het verhaal niet verheerlijkt. Integendeel, de communistische en atheïstische Saramago bekritiseert tussen de regels door de koninklijke rijkdom, machthebbers en kerken. Het verhaal weerspiegelt de strijd van Saramago tegen onrechtvaardigheid en is tegelijkertijd ook een ode aan vriendschap en solidariteit. Het resultaat is een mooi stukje proza met ruimte voor spot, ironie, humor, dubbele bodems, veel verbeeldingskracht en ontroering. José Saramago kreeg de Nobelprijs voor literatuur in 1998. Daarnaast verkreeg hij nog tal van andere prijzen en onderscheidingen waaronder ook een aantal eredoctoraten. ‘De Stad der blinden’, het bekendste werk van de Portugese auteur, werd ondertussen ook verfilmd. José Saramago overleed op 18 juni 2010.

‘De tocht van de olifant’ werd op vraag van HETPALEIS bewerkt en geregisseerd door schrijver en regisseur Stefan Perceval. Voor de scenografie werkt hij samen met zijn vertrouwde scenograaf Jan Strobbe. De personages worden vertolkt door topacteurs Marc Van Eeghem en Sien Eggers. De pianist en componist Jef Neve componeerde de muziek die live wordt gebracht tijdens de voorstelling door Bram Weijters. De voorstelling loopt van 11 februari (première) t.e.m. 9 maart in HETPALEIS in Antwerpen. Vanaf 16 maart t.e.m. 28 april reist ze door Vlaanderen. Voor meer info en tickets: klik hier. Hieronder alvast een fragment als voorsmaakje:

Koningin: We hebben Salomon toch!

Koning: Wie?

Koningin: Salomon, de olifant. Dat beest is al meer dan twee jaar geleden uit India hierheen gekomen en sindsdien heeft het niks anders gedaan dan vreten en slapen. We houden een beest op stal zonder er ooit iets voor terug te krijgen.

Koning:En hoe moet hij daar geraken?

Koningin: Dat is ons probleem niet. Te voet zeker, hij heeft stevige poten. Er zal niks anders opzitten.

En indien je even in de voetsporen van olifant Salomon wil treden, bekijk dan zeker ook onderstaand filmpje waarin José Saramago een deel van de historische route van de olifant afreist in Portugal.

Voor het beeld van de week zocht ik deze keer mijn inspiratie binnen de danswereld. Het beeld toont een fragment uit de documentaire ‘Coffee with Pina’ van Lee Yanor (2006). De Duitse choreografe en danseres Pina Bausch werd in 1940 als Philippine Bausch geboren in Solingen. Het restaurant dat haar ouders runden en waar ze regelmatig hielp, bepaalde mee haar choreografisch werk. De muziek die Pina in het restaurant hoorde, de mensen die ze observeerde, de gesprekken over geluk en verlangen die ze daar opving, vormden belangrijke inspiratiebronnen voor haar werk. Maar ook de confrontatie met de oorlog en vooral de daarmee gepaard gaande angst, gevaar en plotse paniek komen tot uiting in haar choreografie.

Als kind maakte Pina deel uit van het kinderballet van Solingen. Vanaf haar veertiende volgde ze een dansopleiding aan de toonaangevende Folkwang School in Essen bij de gerenommeerde choreograaf Kurt Jooss. De Folkwang-school werd in 1927 door Kurt Jooss en operadirecteur Rudolf-Schulze Dornburg opgericht als interdisciplinair instituut voor muziek, dans en taal. Jooss was een belangrijke verdediger van de voor- en naoorlogse moderne Duitse dans die zich trachtte te bevrijden van de strikte regels van het klassieke ballet. Hij verzoende de vrije geest van de moderne dans met de fundamentele, technische regels van het klassieke ballet en bracht dit over op zijn studenten waaronder de jonge, veelbelovende Bausch. Het interdisciplinaire karakter van de school, waar ze later zelf nog les gaf, en de nabijheid van andere kunsten (waaronder opera, muziek, drama, schilderkunst, fotografie) die daar gedoceerd werden, reflecteerden zich in Pina’s open choreografische geest. Na haar opleiding won ze de Folkwang Leistungspreis waardoor ze een beurs kreeg om een opleiding te volgen aan de Juilliard School of Music in New York, het mekka van de dans waar de klassieke dans heruitgevonden werd. De eerste jaren na haar opleiding maakte ze deel uit van een aantal Amerikaanse gezelschappen waaronder the Metropolitan Opera Ballet Company, die haar liefde voor opera mee voedde, en the New American Ballet. In de VS greep ze elke kans om voorstellingen te bekijken en nieuwe tendensen op vlak van dans op te snuiven die haar later werk enorm gevoed hebben.

Maar al snel keerde ze naar haar geboorteland terug en vervoegde ze als solist het Folkwang-Ballett van Kurt Jooss, waar ze in 1968 haar eerste onafhankelijke choreografie ‘Fragment’ maakte. In 1973 werd ze artistiek directeur van het Wuppertal Ballet die ze al snel een andere naam gaf, met name ‘Tanztheater Wuppertal Pina Bausch’. Met de naamswijziging wilde ze de eigenheid van haar Tanztheater in de verf zetten. Geen klassieke balletroutines, maar een complete vrijheid van expressie(middelen). De eerste dansopera’s die ze creëerde waren de Gluck opera’s Iphigenia in Tautis (1974) en Orpheus and Eurydice (1975). De choreografie voor Igor Stravinsky’s ‘Le Sacré du printemps’ (1975) kan beschouwd worden als een mijlpaal in haar carrière: de emotionele kracht en ongecontroleerde lichamelijkheid werden vanaf dan haar handelsmerk. Een handelsmerk dat in het begin voor heel wat controverse zorgde, maar na verloop van tijd het Tanztheater Wuppertal steeds meer internationale erkenning deed verwerven.

Als ik aan het werk van Pina Bausch denk, denk ik aan een enorme emotionele kracht, lichamelijkheid, poëtische verbeelding, een gigantische expressiviteit, grenzeloosheid en verlies van controle. Maar ik denk ook aan tederheid, schoonheid, liefde, intimiteit, precisie, eerlijkheid en zoals ze dat zo mooi in het Frans zeggen ‘joie de vivre’. Essentiële menselijke emoties zoals angsten, verlangens, behoeften en wensen vormen het startpunt van haar producties waarbij droom en realiteit, dans en theater en moderne dans en klassiek ballet in elkaar verstrengeld zijn. Haar voorstellingen weerspiegelen haar persoon. Als je Pina aan het werk ziet in één van de documentaires die over haar gemaakt zijn, dan weet je wat ik bedoel. Een ongelooflijke sterke en energieke vrouw, maar tegelijkertijd zo fragiel. Tanztheater Wuppertal zorgde voor een internationale choreografische revolutie, voor een renaissance van de Duitse dans. Pina Bausch wordt dan ook beschouwd als één van de meest betekenisgevende choreografen van onze tijd. Pina overleed op 30 juni 2009 in Wuppertal. Ze zal voor altijd in het geheugen van de dansgeschiedenis gegrift staan als één van de belangrijkste choreografen van de 20ste eeuw.

Het Tanztheater Wuppertal Pina Bausch bestaat nog steeds onder artistieke leiding van Dominique Mercy and Robert Sturm. Ga zeker eens een kijkje nemen op hun website: http://www.pina-bausch.de. Maar als je meer wil weten over deze fantastische madam en haar werk, dan is het zeker de moeite om de film ‘Pina’ van Wim Wenders te bekijken. In deze film, waarmee hij genomineerd is voor de Oscars als beste documentairefilm, brengt Wenders hulde aan de revolutionaire Pina Bausch. Een pareltje!

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.